Ooggetuigen van de Rock ’n’ Roll (2005)
‘Het lezen van Ooggetuigen van de Rock ’n’ Roll is zelfs voor de doorgewinterde muziekkenner een aparte belevenis.’
Muziekkrant Oor
‘door de chronologische opzet komen er parallellen boven water waar je nooit eerder aan had gedacht'
Muziekkrant Oor
‘een lezenswaardige dwarsdoorsnede van vijftig jaar rock & roll.’
Revolver, maart/april 2006
‘een aanrader eerste klas’
Provinciaals Zeeuwse Courant
Jan Francken, Het einde van Johan van Oldenbarnevelt (hertaling Thomas Rosenboom, nawoord en annotatie René van Stipriaan) (2005)
‘Je leest het verhaal in een ruk uit.’
Dr. H.Chr. van Bemmel, Nederlandse Bibliotheek Dienst
‘Veel hedendaagse lezers van de door Thomas Rosenboom dienstbaar en zonder literaire opsmukhertaaldetekst, zullen ook de precieze achtergrond niet kennen van Van Oldenbarnevelts executie (tenzij ze beginnen met het nawoord van René van Stipriaan).’
Arjen Fortuin, NRC Handelsblad, 4 maart 2005
‘Schrijver Thomas Rosenboom maakte een prachtige “hertaling” van het verslag over het einde van Johan van Oldenbarnevelt, vervaardigd door diens knecht Jan Francken.’
Rob Soetenhorst, Haagse Courant, 4 maart 2005
‘De absolute topper in dit historische subgenre is de hertaling door Thomas Rosenboom van Het einde van Johan van Oldenbarnevelt (Athenaeum-Polak & Van Gennep), een pijnlijk gedetailleerd verslag van de laatste maanden van de landsadvocaat, opgetekend door zijn knecht Jan Francken.’
Thomas van den Bergh, Elsevier, 12 maart 2005
‘een ontzettend klein en dierbaar boekje’
Jan Blokker, Volkskrant, 18 maart 2005
‘Voor Het einde van Johan van Oldenbarnevelt in zijn toegankelijke vorm geldt intussen in even grote mate wat voor de brievenselectie van Thorbecke geldt: het “beperkte” thema is een ideale opmaat naar verdere nieuwsgierigheid.’
Jan Blokker, Volkskrant, 18 maart 2005
Giovanni Boccaccio, De minnaar in het wijnvat en andere erotische verhalen uit de Decamerone (vert. Frans Denissen, nawoord René van Stipriaan) (2003)
‘Er zij hieraan toegevoegd dat ook de Nederlandse vertaling van Frans Denissen van een superieure kwaliteit is. [...] Zeshonderdvijftig jaar geleden geschreven, de Decamerone, en altijd springlevend gebleven.’
Wil Hansen, De Morgen, 12 januari 2005
Giovanni Boccaccio, Decamerone (vert. Frans Denissen, nawoord en annotatie René van Stipriaan) (2003)
‘Tijd voor een klassieker als de Decamerone is er altijd! Zeker nu er zo’n uitstekende vertaling is, die bovendien prachtig is geïllustreerd met honderd kleurige miniaturen en waar René van Stipriaan een intrigerend nawoord bij schreef. Het is feestelijk smullen geblazen en genieten van de fabuleuze fantasie die de verhalenvertellers in dit boek etaleren. Dit bijzondere werk wil ik echt aan iedereen cadeau doen, zeker ook aan mezelf!’
Rudy Vanschoonbeek, ECI
‘Een boek om steeds opnieuw te pakken en er een stuk in te lezen.’
Menno Schenke, Algemeen Dagblad, 19 december 2003
‘Alle lof dus voor vertaler Frans Denissen, al is de hoge kwaliteit van z’n werk eigenlijk geen verrassing. De man is nu eenmaal gepokt en gemazeld in de beruchte lange zinnen en verhullende omschrijvingen die het werk in vroegere incarnaties zo’n afstotelijke tronie gaven. Al eens eerder, in 1981, waagde Denissen zich aan een vertaling, maar de recente “fatsoenering” was onvermijdelijk. Voor de gedichten aan het eind van elk hoofdstuk werd de in rijm- en metriekzaken hooggenoteerde Paul Claes geronseld, terwijl uitgever Athenaeum-Polak & Van Gennep voor de aantekeningen en het nawoord bij Boccaccio-kenner René van Stipriaan aanklopte. Deze coproductie is er één waaraan zowel de academische tekstenkruier als de pretentieloze plezierlezer zich zal verlustigen.’
Peter Veldhuisen, Het Parool, 9 januari 2004
‘Maar in zijn fraaie en informatieve nawoord bij deze nieuwste vertaling schrijft René van Stipriaan dat de allegorische interpretatie nog altijd “niet lekker om het lijf van de Decamerone [wil] gaan zitten”. Als een allegorie niet overduidelijk is, wat heeft het dan voor zin? Volgens Van Stipriaan is Boccaccio’s boek een van de weinige grote werken uit de Middeleeuwen dat in alle opzichten letterlijk mag worden genomen. “Wie op zoek is naar een dieper liggende orde, naar symbolen, naar allegorische lagen, komt bedrogen uit.” ’
Rob Hartmans, De Groene Amsterdammer, 17 januari 2004
‘De scheppende kracht van het woord creëert een nieuwe wereld en is voor het gezelschap in het licht van de omstandigheden de meest haalbare recreatie. Zoals René van Stipriaan, die tekent voor de annotaties en het instructief nawoord op de nieuwe Decameronevertaling, overtuigend betoogt, hoeft de lezer van Boccaccio de novellen niet in allegorische zin te begrijpen. De vergelijking met Dante, van wiens werk Boccaccio –– Dantebiograaf! –– een uitstekend kenner was, blijft een stuk onvermijdelijk en aantrekkelijk.’
Patrick Lateur, Kunsttijdschrift Vlaanderen, februari 2004
‘Het nawoord van René van Stipriaan bevat geen woord te veel en gaat naar de kern van de zaak.’
Patrick De Rynck, De Morgen, 17 december 2003
‘De ultieme spanning ervaar ik als ik een verhaal uit de nieuwe Decamerone-vertaling lees, zoals een ander nooit naar bed zal gaan zonder bijbeltekst.
Jan Blokker, de Volkskrant, 19 december 2003
‘Schitterende vertaling’
David Rijser, NRC Handelsblad, 28 november 2003
Het Volle Leven (2002)
René van Stipriaan schreef een prachtboek over de hoogtijdagen van de Nederlandse cultuur’.
VPRO Boeken, juli 2004
‘Ik heb lang niet een zo goede en verantwoorde populaire geschiedenis gelezen’
Kees Fens, de Volkskrant
‘De schrijver heeft een heel goed gevoel voor het tekenende detail. Er zitten veel fraaie kleinigheden in de tekst verborgen.’
Kees Fens, de Volkskrant
‘Wat een geweldig boek!’
Atte Jongstra, NRC Handelsblad
‘Het belangrijkste [effect] is toch dat in dit boek tweehonderdvijftig jaar literaire geschiedenis gaat sprankelen.’
Atte Jongstra, NRC Handelsblad
‘Op allerlei manieren komt de moderne lezer dichter bij de dichtende mens van toen. Het volle leven is dan ook een boek voor een groot publiek.’
Atte Jongstra, NRC Handelsblad
‘Het komt zelden voor dat een boek je zo meesleept dat je het niet meer weg kunt leggen. Ik kookte met Van Stipriaan op het aanrecht, naam het mee naar het toilet, stond op een bushalte met dit boek in de hand, mijn vrouw is blij dat ik Het volle leven uit heb. Kleuriger en glanzender Nederlandse literatuurgeschiedenis heb ik nog nooit gelezen.’
Atte Jongstra, NRC Handelsblad
‘...om zes redenen een prachtig boek.’
Willem Bouman, Nederlands Dagblad
‘Van Stipriaan kijkt niet alleen naar de grote namen uit de geschiedenis van cultuur en literatuur, hij heeft ook een scherp oog voor de mensen die de boeken lazen en de liederen zongen.’
Willem Bouman, Nederlands Dagblad
‘Een originele en sprankelende literatuurgeschiedenis’
Roelof van Gelder, NRC Handelsblad
‘Het zal geen toeval zijn dat Het volle leven oogt en voelt als een boek over smakelijke wijnen en gerechten. Het laat zich ook als zodanig door de literatuurliefhebber consumeren.’
Els Stronks, Reformatorisch Dagblad
‘De vele illustraties ondersteunen, als resultaat van jarenlange speurzin en spaardrift, op prachtige wijze het verhaal dat Van Stipriaan vertelt.
Els Stronks, Reformatorisch Dagblad
‘Het volle leven wekt nieuwsgierigheid en bewondering. het is een buitengewoon knappe poging om overzicht te creëren en tegelijkertijd diepte en detaillering te bieden.’
Els Stronks, Reformatorisch Dagblad
‘De meest opmerkelijke kwaliteit van het boek is dat het leest als een roman, waarin een duidelijk aanwezige verteller enthousiast en enthousiasmerend verhaalt over tijden die hij voor even weet te doen herleven.’
Els Stronks, Reformatorisch Dagblad
‘Het is de verdienste van Van Stipriaan dat hij de geschiedenis van de literatuur en cultuur als een logisch verhaal weet te brengen.’
Fons van Rijn, Haagsche Courant
‘Ten zeerste aanbevolen!’
H.Chr. van Bemmel, NBD
‘helder en enthousiasmerend’
Luuc Kooijmans, Historisch Nieuwsblad
‘een geslaagde introductie [...] tot de Nederlandse literatuur, cultuur en geschiedenis van de zeventiende en achttiende eeuw.’
Luuc Kooijmans, Historisch Nieuwsblad
‘Dit verbluffende boek schetst op heel bijzondere wijze, impressionistisch en associatief, met veel verbeeldingskracht en detaillering, het literaire leven in de Republiek.’
Guido de Bruin, Spiegel Historiael
‘Het is verreweg de belangwekkendste en onderhoudendste literatuurgeschiedenis die ooit over de Republiek is verschenen’
Guido de Bruin, Spiegel Historiael
‘Een buitengewoon aantrekkelijk boek’
Johan de Haes, ‘De Wandelgangen’, Radio 1
‘briljant boek’
Henk van Nierop, Ons Erfdeel
‘Dit prachtige boek hoort thuis in de bibliotheek van iedereen die zich interesseert voor de cultuur , literatuur en geschiedenis van Nederland’
Arie Jan Gelderblom, Neerlandica Extra Muros
‘Het is typerend voor Van Stipriaans boek dat je als lezer de lijn naar het heden doortrekt. Hij doet dat zelf ook met enige regelmaat en het vergroot de inleving in de beschreven periode.’
André Nuchelmans, Boekman
Een land om bij te huilen (2001)
Een land om bij te huilen bevat mooie observaties over Nederland, zoals die van Milan Kundera over de Oude Kerk in Amsterdam: “Het calvinistische geloof heeft al eeuwen geleden de kerk veranderd in een hangar die geen andere functie heeft dan het gebed van de gelovigen te beschermen tegen regen en sneeuw.” ’
Hans Hoekstra, Het Parool, 1 april 2004
‘Het gaat dus om Nederland en de Nederlanders, reizen en reizigers, migreren en migranten. Geen generalisatie maar een palet van prachtige ontboezemingen.’
Marie van Beijnum, Reformatorisch Dagblad, 9 april 2002
Ooggetuigen van de Gouden Eeuw (2000)
‘Deze geslaagde bloemlezing drukt de lezer met zijn neus dicht op vlees en bloed, modder en water van de zeventiende eeuw en maakt duidelijk hoeveel niet-literaire teksten nog steeds de moeite waard zijn.
Roelof van Gelder, NRC Handelsblad, 18 augustus 2000
‘Hadden de 17de-eeuwers door dat zij in zo’n opwindende tijd leefden? Dat vraagt René van Stipriaan zich af in de inleiding bij deze positief ontvangen bloemlezing. Dát het om een opwindende tijd ging, blijkt in ieder geval duidelijk uit de ruim honderd fragmenten die hij met veel zorg en liefde bijeenbracht.’
Ewoud Sanders, NRC Handelsblad, 21 december 2001
‘Het is een onderhoudend boek. Een deel van de aantrekkelijkheid zit hem in de hertaling. Van Stipriaan is erin geslaagd de smaak van de tekst te behouden - je proeft nog steeds een beetje zeventiende-eeuws -, maar de drempels te slechten.’
Nelleke Noordervliet, de Volkskrant, 12 mei 2000
‘De ooggetuigen maken de Gouden Eeuw tot meer dan een gereconstrueerd heldenverhaal van later datum. Ze bewijzen dat de zeereizen, de veldslagen en de heldendaden allemaal echt gebeurd zijn.’
Sabine Gieben, Vrij Nederland, 3 juni 2000
‘Af en toe leest het boek zelfs als een thriller.’
Cachet, nr. 3 (2000)
‘In meer dan honderd ‘reportages’ geeft Ooggetuigen van de Gouden Eeuw een verrassend beeld van een glorieus tijdperk.’
Walter Smits, Leesidee
‘Deze verzameling kleine gebaren is verplichte kost voor alle aankomende schoolmeesters.
John Exalto, Reformatorisch Dagblad, 16 juni 2000
‘De selectie zelf is buitengewoon geslaagd.’
A.C.M. Kappelhof, NBD
‘De rijkdom van Ooggetuigen stond garant voor tientallen gelukkige vondsten en vondstjes.
Maria Stahlie, de Volkskrant, 23 juni 2000
‘Een prachtig prachtig anekdotisch bladerboek. Geschiedschrijving zonder boodschap of opsmuk.’
Eindhovensdagblad
‘Hoe fragmentarisch ook, de korte reportages leveren interessante tijdsbeelden en inzicht in eeuwenoude emoties op.’
De Gelderlander, 25 mei 2000
(met Geert Mak), Ooggetuigen van de wereldgeschiedenis (1999, herz. editie 2004)
‘Dit moet er gebeuren: het voltallige kabinet Kok II dient gedurende het zomerreces te worden opgesloten in het voormalige blindeninstituut De Steffenberg in Vught. Daar, in de kamers die door rijke Vughtenaren ongeschikt werden bevonden voor asielzoekers die de gruwelen van de wereldgeschiedenis ontvluchtten, dienen de ministers en staatssecretarissen elke avond een hoofdstuk te lezen uit het boek Ooggetuigen van de wereldgeschiedenis, samengesteld door Geert Mak en René van Stipriaan. ’s Ochtendsmoeten zij de gelezen tekst overpeinzen, om vervolgens ’s middags in een kringgesprek te vertellen wat zij ervan hebben opgestoken.’
Karel Glastra van Loon, Vrij Nederland, 20 maart 1999
‘[...] koopt u allen dit dit prachtige boek, lees het en herlees het, overpeins wat er geschreven staat, overweeg het in uw hart [...]’
Karel Glastra van Loon, Vrij Nederland, 20 maart 1999
‘Je leest het zoals je gekluisterd zit aan de buis, zodra je een ramp of oorlog in het echt krijgt voorgeschoteld, vaak verstard als “captive audience”.’
Rob Schouten, Trouw, 20 februari 1999
‘Het boek werkt als een documentaire film, zo illuster en spannend zijn de voorvallen en voorbeelden.’
Jan Paul Bresser, Elsevier 27 februari 1999
‘Waarom de reportage zo’n prettig oergenre is, blijkt eens temeer uit de zojuist verschenen bundel Ooggetuigen van de wereldgeschiedenis, samengesteld door Geert Mak en René van Stipriaan. Daarin: passages uit dagboeken, reisverslagen, brieven en krantenartikelen, altijd handelend over gebeurtenissen die het betreffende tijdvak haar kleur gaven.’
Rob van Scheers, IDFA Magazine, maart 1999
‘Al de opgenomen getuigenissen zijn afkomstig uit dagboeken, brieven, reisverslagen en krantenartikelen. Het is de verdienste van de samenstellers van de bundel, Geert Mak en René van Stipriaan, dat ze er een evenwichtig en representatief beeld van de wereldgeschiedenis uit hebben gedestilleerd’
De Financieel Economische Tijd, 8 mei 1999
Bij de herziene editie in 2004:
‘In deze nieuwe uitgave zijn de meeste verslagen voorzien van bijzondere, aangrijpende en soms zelfs schokkende illustraties.’
GPD, 18 december 2004
(met Annette Portegies & Ron Rijghard) Nederlandse literatuur in een notendop (1999)
‘Handig bij Triviant ook.’
Tanja in Books!
Achter de dijken (1997)
‘Volgens de bloemlezer blijkt Nederland “voor velen niet het land van de middelmaat maar van de ondoorgrondelijke uitersten”. Het boek is een herziene en uitgebreide versie van het tien jaar geleden verschenen Hotel in Holland. Juist de nieuwe teksten zijn het nuttigst en gevaarlijkst, het zijn spiegels waarin we werkelijk onszelf zien en niet onze voorouders.’
Hans Warren, GPD, 5 augustus 1997
‘bijzondere bloemlezing’
Martin Reints, Trouw, 30 augustus 1997
Leugens en vermaak (1995, handelsuitgave 1996)
‘Dies ist ein vielversprechender neuer Weg zur Deutung von Genrebildern, der dem Ansatz de Jonghs nahesteht. Wenn van Stipriaan von der grossen Rolle spricht, die “Schein, Illusion Ambivalenz und Fiktion in der niederländischen Kultur der Renaissance” spielen, so trifft dies auch für einen Grossteil der Malerei zu.’
Gary Schwartz, Frankfurter Allgemeine Zeitung, 16 maart 2005
‘De kracht én vernieuwing van Van Stipriaans interpretaties schuilt enerzijds in de bijzondere belangstelling die hij voor kluchtig bedrog en boertige misleiding aan de dag legt, anderzijds in de vérgaande implicaties die hij met deze thematiek verbindt.’
Jan Konst, Tijdschrift voor Nederlandse taal- en Letterkunde
Sta ik dus enigszins terughoudend tegenover de uiteindelijke gevolgtrekkingen van Van Stipriaan, zijn Leugens en vermaak is over het geheel genomen [...] een prachtig boek. Het is erudiet, oorspronkelijk en uitdagend. Het themacomplex van oordeel en bedrog, dat zo belangrijk blijkt voor het zeventiende-eeuwse toneel, is op overtuigende wijze geïntroduceerd en in een weids perspectief toegelicht. Geen onderzoeker van het komische én ernstige drama zal er in de toekomst omheen kunnen. Mij rest weinig anders dan de hoop uit te spreken, dat Leugens en vermaak niet het enige boek van Van Stipriaan over de goudeneeuwse toneelcultuur zal blijven.’
Jan Konst, Tijdschrift voor Nederlandse taal- en Letterkunde
‘prettig leesbare studie’
Ton Harmsen, Nederlandse letterkunde, 1997
‘sinds kort beschikken we over een indrukwekkende studie van het komische toneelgenre bij uitstek, de klucht. [...] zorgvuldig gedocumenteerd, helder uitgelegd en overtuigend. [...] Van Stipriaan heeft de werking van deze psychotherapie avant la lettre voorbeeldig uit de doeken gedaan.’
Arie Jan Gelderblom, Vrij Nederland, 11 mei 1996
‘De kracht van Van Stipriaan’s Analyse is dat hij de kluchten niet op de balans van het morele oordeel over goed en kwaad legt, zoals meestal gebeurt, maar ze als een dynamisch ervaringsgegeven voor de toenmalige toeschouwer leest.
Johan Verberckmoes, Spiegel der Letteren
‘Van Stipriaan argumenteert op zeer overtuigende wijze en met grote kennis van zaken.’
Johan Verberckmoes, Spiegel der Letteren
‘Fascinerende studie’
Hafid Bouazza, Vrij Nederland, 11 juli 1998
Briefgeheim (1993)
‘Although the editor is wary of the dangers of voyeurism, the anthology aims to show the pleasure in letter writing and literary self-portrayal.’
The Year’s Work in Modern Language Studies
‘Goddelijk boekje. [..] De samensteller van Briefgeheim, René van Stipriaan, heeft zijn werk erg keurig gedaan. Hij kent het genoegen dat mensen beleven wanneer ze andermans post mogen lezen en hij weet de pareltjes bij elkaar te rapen.’
Het Nieuwsblad, 15 maart 1993
‘Briefgeheim is een fraaie bloemlezing waarin de aangesneden onderwerpen en de gemoedsstemmingen van de auteurs sterk variëren
Nicole Bliek, Algemeen Dagblad, 10 maart 1993
‘Je hoeft als lezer niet de nieuwsgierigheid van sommige postbodes hebben om in dit brievenboekje te grasduinen. Uiterst geschikt om te lezen bij een zomers weertje in het gras of in de duinen. Daarom: onze pocket van de week.’
De Standaard, 29 mei 1993
‘Wordt de Nederlandse lezer niet wat te veel verwend? Verdíént hij dit allemaal wel? Wat heeft hij er ten slotte voor gedaan, behalve wat guldentjes op de toonbank leggen?’
Carel Peeters, Vrij Nederland, 13 maart 1993
Poste restante (1990)
‘Het is een leuk boek omwille van de inkijk in de privé-keuken van enkele tientallen coryfeeën uit onze letteren, omdat het een beetje de die ongezonde nieuwsgierigheid bevredigt naar het lezen van andermans post en omdat iedereen graag brieven krijgt.’
Jacques Avelli, De Morgen, 22 juni 1990
‘René van Stipriaan heeft met zijn uiteenlopende selectiecriteria een onderhoudende bloemlezing gemaakt. Ik heb me dankij de grote variatie in stijl en onderwerp geen moment verveeld bij deze chronologisch gerangschikte brieven.’
Jan Fontijn, Vrij Nederland, 21 april 1990
‘een vaste hand van kiezen’
Ares Koopman, Arnhemse Courant, 27 april 1990
‘Het boek zit vol met anekdotesen is dus onmisbaar voor wie van werkelijke literatuur houdt.’
Theodor Holman, Het Parool, 8 maart 1990
‘De samensteller putte [...] niet alleen uit de meest voor de hand liggende bronnen. Zelfs wist hij beslag te leggen op ongepubliceerde correspondentie.
Hans Warren, Provinciaals Zeeuwse Courant, 5 mei 1990
‘Een bijzondere verzameling’
Douwe de Vries, Friesch Dagblad, 17 september 1990
‘een alleraardigste, onderhoudende bloemlezing’
Nop Maas, NBD
Hotel in Holland (1987)
‘Een verrassende uitgave, voor landerige uren in trein, tent of Toepolev.’
Trouw, 24 juni 1987
‘Kostelijk.’
Hans Warren, Provinciaals Zeeuwse Courant, 11 juli 1987
‘Een verzameling smakelijke stukjes’
Gooi & Eemlander, 2 september 1987
‘Over het algemeen krijg je uit dit boekje de indruk dat Nederland in buitenlandse ogen toch een ‘exotisch’ land is, met een ondoorgrondelijke taal en een unieke geschiedenis.’
Hans Rooseboom, De Stem, 27 juni 1987